Schildklierknobbels

Knobbel van de schildklier (nodus)

Een plaatselijke verdikking van de schildklier wordt nodus genoemd. Een schildkliernodus kan teveel, te weinig of een normale hoeveelheid schildklierhormoon produceren. Een verstoorde functie kan met bloedonderzoek worden vastgesteld. Soms is schildklierscan nodig. Schildklierknobbels komen vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Mensen met een grote schildklierknobbel hebben meestal een zwelling aan de onderkant van de hals. Die zwelling beweegt dan mee met slikken, van boven naar beneden en andersom. Meestal zijn deze knobbels goedaardig, soms niet. Hoewel slechts een zeer klein percentage kwaadaardig is, is het belangrijk om zeker te weten of het om een goedaardige of kwaadaardige verdikking gaat. Een bloedonderzoek, in combinatie met een echo onderzoek van de schildklier geven hier vaak duidelijkheid over. Soms is daarna nog een schildklierpunctie nodig.
Een goedaardige nodus hoeft meestal niet te worden behandeld. Dit gebeurt alleen als de nodus zo groot is, dat hij ergens op drukt en daardoor klachten veroorzaakt. Over het algemeen geeft een nodus die kleiner is dan 2 cm geen klachten. Bij een kwaadaardige nodus is wel altijd een behandeling nodig.

Wat zijn de klachten bij schildklierknobbels?

In het begin is de knobbel nog klein en geeft het meestal geen klachten. Pas als de knobbel groeit kunnen er klachten ontstaan. Dat kan zijn: een drukgevoel in de hals, slikklachten, en soms pijn, benauwdheid of heesheid. Ook kan de zichtbaarheid van het struma een probleem zijn.
Soms produceert de schildklierknobbel een overmaat aan schildklierhormoon waardoor de schildklierhormoonspiegels in het bloed te hoog worden en het beeld ontstaan van een te snelle schildklierwerking, een hyperthyreoidie. Een nodus die teveel schildklierhormoon maakt wordt wel een toxische nodus genoemd. Als de schildklierhormoonspiegel te hoog worden krijg je klachten van gejaagdheid, hartkloppingen en vermagering.

Hoe wordt een schildklierknobbel vastgesteld?

Uw huisarts zal de diagnose stellen op basis van lichamelijk onderzoek, bloedonderzoek en vaak een echo onderzoek van de hals. Op basis van die gegevens zal de huisarts met u bespreken of verwijzing naar een endocrinoloog gewenst is. Deze zal dan na verder onderzoek een advies geven over de behandelingsmogelijkheden. Bij een schildklierknobbel gaat het vaak om de beslissing tussen niets doen en controleren, een operatie, of een behandeling met radioactief Jodium. Sinds kort is er ook de mogelijkheid van RFA in sommige ziekenhuizen in Nederland.

Voorbeeld van een vrouw met een zichtbare schildklierknobbel.